Een nieuwe toekomst in de zorg

 

In de thuiszorg en ouderenzorg dreigt een groot tekort aan Helpenden en Verzorgenden. Orbis Thuis (o.a. thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuizen in de Westelijke Mijnstreek) en thuiszorgorganisatie Zorg voor Mensen uit Meerssen beseffen dat ze een groot deel van het benodigde personeel zelf moeten ‘kweken’. Samen met kenniscentrum Calibris, het UWV en Arcus Contracting zetten ze daarom het project Welslagen op. Een succesverhaal: 39 mensen bouwen op dit moment vol enthousiasme aan een nieuwe toekomst in de zorg. Mensen uit een uitkeringssituatie of ander beroep, die vaak al járen niet meer in de schoolbanken zaten. Zoals Elise Vaessen (52) en Wendy Cuijpers (38).

Geknipt voor de zorg

“Dit moet ik gaan proberen”, dacht Elise Vaessen toen ze hoorde dat er bij Orbis Thuis en Zorg voor Mensen opleidingsplaatsen waren waarop ‘gesolliciteerd’ kon worden. “Toen ik als jong meisje van de huishoudschool kwam, wilde ik eigenlijk al de zorg in. ” Ze wordt coupeuse, net als haar moeder, en werkt onder andere in een lampenzaak en fabriek. Totdat ze op haar 50ste in de WW terecht komt. De kinderen zijn dan het huis al uit, ze wil alles aanpakken. Op aanraden van haar UWV-werkbegeleider doet ze een competentietest. Daaruit blijkt dat ze heel zorgzaam is, goed kan samenwerken, kortom: dat ze geknipt is voor de zorg. “Ik dacht meteen: ja, dat lijkt me leuk.”

Opleiding Helpende +

De competentietest is een vast onderdeel van het project Welslagen, want Orbis en Zorg voor Mensen vinden het belangrijk dat hun toekomstige medewerkers hart voor de zorg hebben. “Daarnaast is getest of wij het niveau aankunnen van de opleiding die we krijgen (Helpende Zorg en Welzijn + de deelkwalificatie 302 Basiszorg op niveau 3)”, vertelt Elise. “Ik kwam verrassend goed uit de bus. Maar wat ik vooral erg fijn vond, was de snuffelstage bij Orbis voorafgaand aan de opleiding. Of het beroep echt bij je past, moet je toch zelf ervaren. Je maakt soms vrij heftige dingen mee. Zoals iemand die op sterven ligt. Ja, dan is het wel een voordeel dat ik niet meer zo piep ben. Ik heb al het nodige meegemaakt. Bij Orbis zeiden ze direct: er is geen twijfel over mogelijk dat jij dit aankunt. En dat gevoel had ik zelf ook al snel: dit is het gewoon voor mij.”

Starten met een snuffelstage

Wendy heeft ervoor gekozen het vak te leren bij Zorg voor Mensen. “In de thuiszorg werk je met mensen van alle leeftijden, dat vind ik leuk. Tijdens de snuffelstage liep ik eerst enkele weken de ochtend- en avondroutes in de thuiszorg mee. Daarna ben ik drie weken uitbesteed aan verpleeghuis De Zeven Bronnen in Maastricht, zodat ik ook kennis kon maken met het werk in een instelling. Er zijn daar mensen die geheel incontinent zijn. Ik vond het geen enkel probleem om daarmee om te gaan. Ik geniet van dit werk, vooral nu ik aan de opleiding begonnen ben en weer in de thuiszorg bij Zorg voor Mensen werk. Voor veel mensen ben ik de enige die langskomt op een dag. Ik help ze bijvoorbeeld met douchen, wassen en aankleden. En omdat wij een deelkwalificatie op niveau 3 doen, mag ik ook medicijnen aanreiken en wonden verzorgen. Maar het belangrijkste is het sociale aspect. Wat ik geef, krijg ik altijd dubbel terug. Je krijgt zóveel dankbaarheid van mensen.”

Goede begeleiding = weinig uitval

Dankzij uitgebreide informatievoorziening, speeddates met de werkgevers, een goede selectie door het UWV en de snuffelstages kent het project Welslagen opvallend weinig uitval. “Je weet waaraan je begint”, geeft Wendy aan. “Bovendien worden we heel goed begeleid.” Calibris heeft zelfs een jobcoach ingezet, die de begeleiders op de werkvloer traint en individuele leerlingen bij problemen extra ondersteunt. Wendy: “Tot nu toe heb ik daar geen gebruik van hoeven maken. Ik heb een fantastische stagebegeleider en ook de leerkrachten van Arcus zijn uitstekend. Als het nodig is, leggen ze iets wel honderd keer uit.”

Wat ben jij toch lief!

Elise geniet iedere dag van het contact met de ouderen die ze verzorgt. “Eerst liep ik stage op een somatische afdeling, waar mensen liggen met lichamelijke klachten, nu werk ik met dementerende ouderen. Contact krijgen is hier minder gemakkelijk. Je moet aftasten en door ervaring leren wat mensen graag willen. Ik begin ze nu langzaam een beetje te kennen. Van de meeste mensen krijg je heel veel dankbaarheid. Een meneer die bij binnenkomst vraagt: breng jij me vanavond weer naar bed? Of iemand die je aankijkt en roept: wat ben jij toch lief! Daar doe ik het voor.”